Welkom?

Welkom bij Red Light District Amsterdam.

Om maar gelijk bepaalde personen uit een droom te helpen, en hun broek gesloten te houden, dit is geen blog over de Rosse Buurt van Amsterdam. Op deze blog zullen ook geen naaktfoto's te vinden zijn. De naam Red Light District is gekozen omdat ik daar in de buurt gewoond heb en er zeer regelmatig te vinden was.

Op deze weblog schrijf ik verhaaltjes uit mijn leven. Zoals mijn, volgens anderen, hilarische telefoongesprekken, mijn wel bekende manier van reizen en mijn kijk op de wereld en het nieuws. En verhalen die in het werk zijn voorgekomen, want ook daar heb ik het een en ander meegemaakt.

Er zijn ook drie gastschrijvers:

Skreewert: Een zwart/witte kater en een dondersteen tot in het puntje van zijn staart.
Scary: Een grijs gemêleerde kater, erg bang, maar hij doet zijn best om dat te overwinnen.
Mikey: Een Jack Russell die denkt dat hij een hond is.
Hun verhalen zijn te lezen in “De Wereld Van Skreewert”.




Posts tonen met het label De Wallen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Wallen. Alle posts tonen

zondag 11 november 2012

Bijnamen


Ik vond dit mailtje in mijn mailbox

hoi,

om maar gelijk met de deur in huis te vallen,
Ik ben op zoek naar Rinus Vet die in de jaren 70 op de wallen *werkte*
en geen onbekende familie maar  doordat het allemaal schuilnamen zijn is er moeilijk iets te vinden
hoop via een *oude knar* dat hij weet waar ik  eventueel terecht kan die meer weet of mij zelfs misschien iets meer kan vertellen

bij voorbaat dank

In die periode, waarschijnlijk al veel langer, had iedereen op de wallen een bijnaam. Vrijwel niemand was bekend onder zijn, of haar, eigen naam. Ik had totaal niets met de werkzaamheden op de Wallen te maken, dan behalve mijn kroegbezoek, en zei ook gewoon mijn eigen naam als iemand daar naar vroeg. En mijn echte naam is helemaal niet zo’n moeilijke naam, maar al snel was mijn verbasterd en werd ik voortaan zo genoemd.

Zo herinner ik me “blauwe Bertus”. Een hele gewone, hardwerkende man van middelbare leeftijd. Maar na zijn werk ging hij altijd naar de kroeg. Soms nog eerst even bij een dame in haar peeskamertje langs.
In de kroeg dronk blauwe Bertus alleen maar bier. En hoe meer bier er in Bertus ging, hoe blauwer zijn gezicht werd. Het begon altijd met zijn neus, die werd als eerste blauw. Daarna verspreidde het zich over zijn hele gezicht uit.
Tegen sluitingstijd vertrok hij weer. Altijd met de woorden: “Ik moet morgen weer vroeg op om te werken.” Dat zei hij ook op vrijdag en zaterdag. En het zou mij niets verbazen als hij in het weekend bij zijn baas voor een gesloten deur stond. Blauwe Bertus is niet oud geworden, hij overleed op 55 jarige leeftijd.
Nee, de drank was niet de oorzaak. Wel een blauwe auto die Bertus aanreed op een zebrapad.

Een barman werd “manke” genoemd. Dat was niet omdat hij mank liep. De barman stotterde heel erg en als je er iets van zei, of er een geintje om maakte, kon je wel vergeten dat je de rest van de avond nog iets te drinken van hem kreeg.
Iemand riep een keer ‘Hé, manke! Ik wil bier!” en de barman reageerde hier op. Sindsdien heette hij Manke.
Degene die zo bier bestelde was een Belg en zei op zijn Vlaams ‘Hé, manneke!’, maar niemand had het goed verstaan.

Maar om even terug te komen op het mailtje aan het begin van de blog . . .
De naam Rinus Vet zegt mij wel iets, maar daar houd het ook mee op. Ik kan me er geen persoon bij voorstellen, ook niet de werkzaamheden die hij deed.
Volgens mij maak je de meeste kans om de kroegen te bezoeken op de Wallen en daar eens rond te vragen. Misschien weten ze in de Oude Kerk aan de Oudezijds Voorburgwal iets over hem. Of bij het Leger des Heils.
Andere mogelijkheden zie ik niet zo snel.

Veel succes met het zoeken!

vrijdag 20 juli 2012

De rode lamp


Op een dag liep ik naar mijn stamkroeg op de Wallen. Ik hoorde een deur opengaan van een peeskamertje en dat mijn naam werd geroepen.
Het was geen vrouwenstem die mij riep . . .
Het was een mannenstem . . .
Doorgaans zijn het vrouwtjes die de deur open doen en roepen . . .
Een man heb ik dat nog nooit horen doen . . .
Ik draaide me om naar waar de stem vandaan kwam . . .
En zag een man staan . . .
De man wenkte me . . .
Even twijfelde ik of ik er wel heen zou lopen . . .

Maar deze man was een pooier van verschillende dames in dit pand en een kaartmaatje in de stamkroeg.
Hij wilde graag weten of ik handig was. Ik begon mij af te vragen wat hij nu van mij zou willen.
Als één van zijn dames dit nu vroeg . . .

Het bleek om een welbekende rode lamp te gaan die buiten hangen. De lamp deed het niet, ook niet na het vernieuwen van het lampje.
Nu was het nog niet zo erg, maar over een paar uur zou het donker zijn en dan moet hij het weer doen. Ik vertelde hem dat ik best wel handig was en dat ik wel even zou kijken.

Maar zonder gereedschap is het een lastig klusje, dus ben ik eerst even naar huis gegaan om wat gereedschap te halen en na een uurtje stond ik buiten op de trap naar een gedoofde rode lamp te kijken. Alles in de lamp was goed, er stond ook geen water in. Het euvel moest dus ergens binnen zijn.
Nadat mij was gewezen welke schakelaar de lamp moest bedienen, had ik het euvel snel gevonden. De schakelaar was stuk gegaan en zou vervangen moeten worden.
De man gaf mij geld mee en ik kon een andere schakelaar gaan kopen. Korte tijd later werkte de lamp weer en kon ik mijn weg vervolgen naar mijn stamkroeg.

Ik wilde niet lang blijven, want ik was eigenlijk onderweg naar de bioscoop. Maar ik wilde nog even wat eten voor de film begon.
De man kwam even later ook binnen en bedankte me uitbundig voor het vervangen van de schakelaar. Hij bood aan om mijn rekening te betalen vandaag.
Dat was niet tegen dovemansoren gezegd . . .
De film werd niks meer . .




donderdag 17 mei 2012

Hoe ik op de Wallen terecht kwam (2)

Een dubbeltje op zijn kant . . .

Omdat ik nu regelmatig in de kroeg kwam, begon ik het “mijn stamkroeg” te noemen. Soms nam ik wel eens een vriend of vriendin mee, en die keken dan hun ogen uit. Zo zagen ze dat de hoeren ook gewone vrouwen konden zijn, want hier was iedereen gewoon een stamgast. Natuurlijk werd er over het werk gepraat, maar in welke kroeg niet?

De mannen, de pooiers dus, zaten vaak aan een tafeltje te kaarten. Het kaartspelletje kon ik wel, maar ik zou nooit mee doen. Wat daar op tafel lag aan geld, want natuurlijk werd er om geld gespeeld, was meer dan mijn maandsalaris. Soms was de inzet al hoger dan mijn maandsalaris. Als ik dat zou verliezen, zou ik behoorlijk wat traantjes laten. Deze mannen niet, ze lachten.
Op een avond, het was nog erg vroeg, waren ze maar met z’n drieën om te kaarten. Dat spelletje kan je wel met z’n drieën spelen, maar met vier is het veel leuker. Er werd aan mij gevraagd, omdat ik toch al vaak had zitten kijken, of ik soms mee wilde doen. Ik bedankte voor de eer, maar zulke bedragen kon ik echt niet ophoesten. De mannen wilde toch graag dat ik mee deed en vroegen om wat voor bedragen ik dan wel wilde spelen. Ik vertelde de mannen dat ik altijd om tien cent speelde. Tien cent draaien en tien cent zoeken. Als er dan een “vette” pot was, zat er ongeveer vijftien gulden in.
De mannen begonnen te lachen en zeiden dat ze daar echt niet mee gingen spelen. Dat was ver beneden hun stand. Helaas, dan houdt het voor mij op en de mannen gingen met z’n drieën spelen.

Maar na een half uurtje gaven ze het op, met z’n drieën is het echt niet leuk spelen. Dan is degene die om de pot vroeg, ook meestal de winnaar. En nu zat er hooguit twee- tot driehonderd gulden in de pot en niet, zoals zij gewend waren, duizend gulden of meer.
Ik werd er toch bijgeroepen en er werd aan mij gevraagd of ik echt niet hoger wilde gaan. Ik zei dat ik dat graag zou willen, maar dat ik het geld er niet voor had.
Uiteindelijk gingen de mannen overstag en werd de kassa van alle dubbeltjes leeggeroofd. Bij elke klant werd gevraagd of ze dubbeltjes hadden en zo ja, dan werd dat gewisseld. De klant werd er doorgaans niet slechter van, want wie maar zeven dubbeltjes had, kreeg er een gulden voor terug. Maar na alle wisseltrucjes, was er nog niet voldoende dubbeltjes om mee te spelen. De mannen liepen de deur uit met de woorden: ‘we zijn zo terug’.
Even later kwamen ze met voldoende dubbeltjes de kroeg weer in. Bij andere kroegen, en bij verschillende sexshops, zijn ze geld gaan wisselen voor dubbeltjes. Nu was er voor een kleine tweehonderd gulden aan dubbeltjes om mee te spelen.
Het geld werd eerlijk verdeeld onder de vier spelers, waar ik er één van was, en we begonnen te spelen.

Omdat het normaal bij hun om grote bedragen kon gaan, werd er best wel fanatiek gespeeld. Soms met de mes op tafel, zoals ze wel eens zeggen. Soms was dat mes er ook daadwerkelijk op tafel, maar die werd dan geleverd bij een hapje wat één van de spelers had besteld.
Maar omdat er nu met dubbeltjes werd gespeeld, was het fanatisme helemaal weg. Er werd ontspannen gekaart en er werd veel gelachen. De mannen werden ook veel uitgelachen door de dames, maar dat deerden de mannen niet, want ze hadden veel te veel lol. En gekscherend werden de vrouwen weggestuurd met de woorden dat de klanten vanaf nu alleen nog maar in dubbeltjes mochten betalen.

Later op de avond kwam de vierde speler binnenstappen. Hij mocht gelijk meedoen, maar moest wel zelf voor dubbeltjes zorgen. De man keek eens vreemd en vertelde dat hij daar echt niet aan ging beginnen, want om dubbeltjes spelen doe je toch niet?
Maar na tien minuten kijken, zag hij dat wij vreselijk veel lol hadden en wilde hij toch graag meedoen. Hij liep naar de barman, maar die maakte hem duidelijk dat zijn dubbeltjes al op de speeltafel lagen en dus niks meer had. Bij klanten had hij ook niet veel succes, alleen bij klanten die na de omwisseltruc waren gekomen hadden nog dubbeltjes. Dat was veel te weinig om mee te kunnen doen en wij weigerden om te wisselen. Uiteindelijk is hij ook bij een sexshop gaan wisselen en kon hij eindelijk meedoen.
Nu zaten we met z’n vijven te kaarten en de lol werd steeds groter. Rond drie uur was ik het zat en ben gestopt met kaarten en ben naar huis gegaan. De mannen gingen nog even door.

Een week later, door drukte op het werk had ik geen tijd, of zin, om eerder te gaan, ging ik weer naar mijn stamkroegje. De mannen zaten weer te kaarten en tot mijn verbazing speelden ze met . . . dubbeltjes!!

Ze hadden alle dubbeltjes van de vorige week in een grote pot gedaan en die mocht de barman bewaken. En één van de spelers was zelfs naar de bank gegaan om voor driehonderd gulden aan dubbeltjes te halen, zodat ze nooit met te weinig dubbeltjes zouden komen te zitten. Ook ik mocht weer mee doen.

zondag 13 mei 2012

Hoe ik op de Wallen terecht kwam


Tja . . . Kan het niet maken om een blogsite Red Light District te noemen en dan niet beginnen met een verhaaltje over de Wallen van Amsterdam.

Halverwege de jaren ’70 was ik op een zonnige zaterdagmiddag naar de bioscoop geweest aan de Damrak. Die bioscoop is er niet meer, tegenwoordig zit er een speelhal in, maar in de Cineac aan de Damrak werden toen leuke films gedraaid. Niet zo zeer de kaskrakers, maar wel goede films die door de grote zalen, zoals Tuschinski en City, niet goed genoeg werden bevonden.
Tegenover de Cineac zit de Beurs van Berlage en daar achter zijn de Wallen. En als je dan nog iets doorloopt, kom je bij de Nieuwmarkt uit. Maar ik zie dat ik alweer te ver ben doorgelopen, ik loop even terug naar de Wallen, want daar gaat deze blog over.

Ik was dus naar de film geweest en had nog geen zin om naar huis te gaan. De zon scheen lekker, de temperatuur was goed. Ik trok, in mijn gedachten, de stoute schoenen aan en zou eens een wandeling maken over de Wallen. Toerist spelen in de eigen stad. Alleen had ik geen camera bij me. Nu denk ik ook niet dat de dames daar het op prijs gesteld zouden hebben om gefotografeerd te worden. En halverwege de jaren ’70 waren mobiele telefoons nog niet echt aanwezig, alleen nog maar met giga grote accu’s, laat staan dat er een camera op zat.

Ik blijf maar afdwalen . . .
Dat is ook niet zo moeilijk, want wie voor het eerst op de Wallen komt, zeker zo halverwege de jaren ’70, keek zijn ogen uit. Drugs was er nog niet, of nauwelijks, te vinden. Politie liep er rond en hielpen de toeristen met de weg te wijzen. De souteneur werd nog gewoon pooier genoemd, de prostitué werd gewoon hoer genoemd.
De sfeer was gemoedelijk en zolang je normaal deed, had je er niks te vrezen. Niemand viel je lastig.
De dames van lichte zeden wenkten naar je en als je zin had, liep je er heen en vroeg je wat de prijs was. Als de prijs beviel, ging je mee naar binnen en na tien minuten kwam je weer naar buiten en was je niet alleen wat geld kwijt . . .
Niet dat ik dat ooit gedaan hebt, ik vond, en vind dat nog steeds, zonde van mijn geld om voor sex te gaan betalen.
En het is best wel leuk om eens een sexshop in te lopen, maar van die prijzen zou je spontaan weer weggaan.

Maar na wat rondgezworven te hebben over de Wallen, begon mijn maagje toch om iets eetbaars te vragen. Gelukkig zag ik een uithangbord van een snackbar. Verscholen in een keldertje zat een kleine snackbar. Althans, zo leek het. Aan de straatkant leek het klein, maar de snackbar was erg diep naar achteren gebouwd en leek meer op een kruising tussen een snackbar en een kroeg. Er was geen biertap, maar bier was er wel te krijgen in flesjes. Maar ze hadden ook wijn en allerlei soorten sterke drank. En natuurlijk ook gewoon een patatje of een broodje kroket.
Ik bestelde een patatje, een paar frikadellen en wat drinken en ben aan een tafeltje gaan zitten om dat op mijn gemak op te gaan smikkelen.

De inrichting was als een echte snackbar. Tafeltjes met een formica blad, plastic bloemetje op het tafeltje, bijpassende stoeltjes, tegeltjes op de vloer, posters van snacks aan de muur, en al dat soort zaken. Maar de sfeer was als van een oude bruine kroeg. Een sfeer waar ik mij nog steeds erg prettig bij voel.
Ik zat de omgeving in mij op te nemen tijdens het smikkelen van de patat en frikadellen. Natuurlijk mag ik graag mensen bekijken en dat deed ik nu dus ook. Het viel mij op dat vrijwel iedereen elkaar kende. De vrouwen waren dan wel concurrenten van elkaar, maar dat was alleen achter het raam, hier in de snackbar waren ze vriendinnen. De mannen, die sterk in de minderheid waren, kenden elkaar ook en zaten een spelletje te kaarten aan een tafeltje. Af en toe werd er wat geschreeuwd, dan vond de man dat de pauze van de vrouw wel lang genoeg geduurd had en moest zij weer richting het raam om geld te gaan verdienen.

Het was er gewoon erg gezellig en gemoedelijk en ik besloot dat ik hier vaker zou komen. Vrijwel wekelijks ging ik wel naar de bioscoop en vanaf nu zou ik dan ook even naar deze zaak gaan om wat te eten en te drinken. Ik kwam er steeds vaker, soms wel vier keer in de week. En ik liet steeds vaker het bioscoopbezoek achterwege.

Wordt vervolgd . . .