Welkom?
Welkom bij Red Light District Amsterdam.
Om maar gelijk bepaalde personen uit een droom te helpen, en hun broek gesloten te houden, dit is geen blog over de Rosse Buurt van Amsterdam. Op deze blog zullen ook geen naaktfoto's te vinden zijn. De naam Red Light District is gekozen omdat ik daar in de buurt gewoond heb en er zeer regelmatig te vinden was.
Op deze weblog schrijf ik verhaaltjes uit mijn leven. Zoals mijn, volgens anderen, hilarische telefoongesprekken, mijn wel bekende manier van reizen en mijn kijk op de wereld en het nieuws. En verhalen die in het werk zijn voorgekomen, want ook daar heb ik het een en ander meegemaakt.
Er zijn ook drie gastschrijvers:
Skreewert: Een zwart/witte kater en een dondersteen tot in het puntje van zijn staart.
Scary: Een grijs gemêleerde kater, erg bang, maar hij doet zijn best om dat te overwinnen.
Mikey: Een Jack Russell die denkt dat hij een hond is.
Hun verhalen zijn te lezen in “De Wereld Van Skreewert”.
Om maar gelijk bepaalde personen uit een droom te helpen, en hun broek gesloten te houden, dit is geen blog over de Rosse Buurt van Amsterdam. Op deze blog zullen ook geen naaktfoto's te vinden zijn. De naam Red Light District is gekozen omdat ik daar in de buurt gewoond heb en er zeer regelmatig te vinden was.
Op deze weblog schrijf ik verhaaltjes uit mijn leven. Zoals mijn, volgens anderen, hilarische telefoongesprekken, mijn wel bekende manier van reizen en mijn kijk op de wereld en het nieuws. En verhalen die in het werk zijn voorgekomen, want ook daar heb ik het een en ander meegemaakt.
Er zijn ook drie gastschrijvers:
Skreewert: Een zwart/witte kater en een dondersteen tot in het puntje van zijn staart.
Scary: Een grijs gemêleerde kater, erg bang, maar hij doet zijn best om dat te overwinnen.
Mikey: Een Jack Russell die denkt dat hij een hond is.
Hun verhalen zijn te lezen in “De Wereld Van Skreewert”.


Posts tonen met het label Mijn Reizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mijn Reizen. Alle posts tonen
dinsdag 23 juli 2013
Hoever reikt mijn invloed?
Hoe mijn manier van reizen is, is wel algemeen bekend. Het komt zeer regelmatig voor dat mijn reis ongewild met enkele uren word verlengd . . .
Sinds kort heb ik weer een vriendinnetje. Helaas wonen wij een beetje ver uit elkaar, ik in het noordoosten van Friesland en zij in de Randstad. Gelukkig heeft zij geen hekel om met de trein te reizen en met een geel gevaarte komt ze deze kant op. En met een soortgelijk geel gevaarte rijd zij later weer terug naar de drukte van de Randstad. En daar ging het fout . . .
Zo lief en galant als ik ben, breng ik mijn vriendinnetje, ik zal haar verder Miss B noemen, naar het dichtstbijzijnde treinstation. Niet dat daar van de gele gevaarten komen, hier komen rood/witte gevaarten die te veel herrie maken om de zondagse rust op maandag te verstoren.
Deze rood/witte gevaarte had al enkele minuten vertraging en daardoor dreigde Miss B haar aansluiting naar huis te missen. Maar als de chauffeur van de gele gevaarte een goede dag zou hebben, en het geduld om enkele minuten te wachten, zou Miss B haar aansluiting nog wel kunnen halen.
Maar helaas begon de ellende al enkele minuten na het verlaten van het station waar ik haar liefdevol gedumpt had. Door een kleine storing in het electrische gedeelte van het rood/witte gevaarte was het niet mogelijk om nog verder te rijden en stonden ze minstens een half uur stil tussen twee stations in. En tot ieders geluk stopte ook de airco ermee, dus binnen de kortste keren was een frisse duik in het warme zweet van elke passagier mogelijk.
Gelukkig kwamen er meer treinen en was de chauffeur van de volgende rood/witte gevaarte zo vriendelijk om de trein waar Miss B in zat voort te duwen tot de eindhalte in Leeuwarden.
Inmiddels waren twee van die gele gevaartes richting het westen al vertrokken en had Miss B royaal de tijd om iets fris te kopen om weer wat af te koelen.
Het gele gevaarte die Miss B nu moest hebben, kwam langzaam het station binnen gereden. Nadat alle passagiers waren uitgestapt, stapte Miss B de trein in en zocht een rustige en koele zitplaats op.
Miss B keek op haar horloge en zag dat het nu tijd was voor het gele gevaarte om te gaan rijden . . .
Helaas ging het gele gevaarte niet rijden.
Door een ongeval met een geel gevaarte in de buurt van Grou, reden er geen treinen tussen Leeuwarden en Akkrum.
Alle passagiers mochten weer uit het gele gevaarte stappen. Er werd hun geadviseerd om met een rood/wit gevaarte naar Groningen te reizen en vanaf daar een geel gevaarte naar Zwolle te nemen en dan daar de reis verder te volgen zoals de passagiers gepland hadden. Ik kan nu niet zeggen dat dit advies veel vertrouwen geeft gezien de manier hoe de laatste rood/wit gevaarte uit Groningen het station van Leeuwarden werd ingeduwd . . . Maar goed . . . Miss B liet de moed niet zakken en stapte weer in een rood/wit gevaarte om vervolgens langs het station waar ik haar liefdevol gedumpt had te rijden om in Groningen te komen.
Ongeveer twee uur later dan gepland stond Miss B op het station in Zwolle om over te stappen in een geel gevaarte richting de Randstad.
Een treinreisje van nog geen drie uurtjes werd een rit van ruim vijf uur . . .
Zou mijn invloed van mijn manier van reizen zo ver reiken . . . ?
zondag 23 juni 2013
WAARSCHUWING !!!
Ik heb het allemaal wel een keer meegemaakt.
Vertragingen met het openbaarvervoer is heel normaal voor mij. Zelfs bij ritjes die nog geen uur zouden duren, kan ik rustig drie uur over doen. Maar ook vertragingen van meer dan vierentwintig uur heb ik gehad.
Treinen, trams, bussen, auto’s, boten en zelfs vliegtuigen die spontaan stuk gaan als ik er mee wil reizen.
Een trein die er spontaan mee stopte midden in een weiland tussen de Nederlands/Belgische grens en Breda. En dan niet voor even, we hebben er ruim drie uur stilgestaan.
Door een kapotte bovenleiding ruim een uur met de tram op de Dam in Amsterdam gestaan.
Een buschauffeur de zo ver door blijft rijden met zijn bus met rokende motor, dat de hele motor het begeeft. En dat midden in de negorij van Maleisië.
Auto’s die er spontaan mee stopte op de meest vreemde plekken, zoals in midden in een tunnel in Antwerpen.
Een veerboot in Griekenland die nooit op zijn eindbestemming aankomt omdat het aan de ketting word gelegd door de Griekse autoriteiten.
En op een vroege ochtend met het vliegtuig vanaf Schiphol naar een warm en exotisch land. Alleen hebben we eerst een rondrit over Schiphol gehad met het vliegtuig. Er was namelijk een lampje stuk en de piloot besloot om maar even langs de ‘garage’ te rijden, die aan de andere kant van Schiphol was. Het was maar een vertraging van een uur, maar toch . . . Zoveel mensen krijgen geen rondrit over Schiphol in een vliegtuig.
En nu zijn er een paar goede vrienden die mij hebben
aangeboden om mij bij mijn broer in Frankrijk te brengen. Ze moeten toch
toevallig voor een vakantie die kant op en willen dan wel even heel lief zo’n
250 kilometer doorrijden om mij bij mijn broer af te zetten. Bij elkaar rijden ze
minstens 1000 kilometer om mij weg te brengen en weer op te halen.
Heel lief van ze en ik ben er ook heel erg blij mee, maar ik vind wel dat ik ze even moet waarschuwen voor “mijn manier van reizen”.
Natuurlijk, we komen altijd aan, maar het is nooit bekend op welk tijdstip. Sterker nog, zelfs de dag is nog niet bekend. Maar het is niet gezegd dat er op de heenweg ‘iets gebeurd’. Het kan zomaar zijn dat de heenreis perfect verloopt en pas op de terugreis, misschien zelfs wel vijf kilometer voor we weer terug zijn, wat gebeurd.
En dan nog . . . Misschien gaat de hele reis wel goed, maar gaat het pas fout als ik vanaf het huis van de vrienden naar mijn eigen huis rijd.
Dat er iets fout gaat lopen met reizen, ben ik van overtuigd. Ik weet alleen niet wat en wanneer.
Ik ben dan ook heel blij dat goede vrienden deze gok van ‘avontuurlijk reizen’ willen nemen.
Heel lief van ze en ik ben er ook heel erg blij mee, maar ik vind wel dat ik ze even moet waarschuwen voor “mijn manier van reizen”.
Natuurlijk, we komen altijd aan, maar het is nooit bekend op welk tijdstip. Sterker nog, zelfs de dag is nog niet bekend. Maar het is niet gezegd dat er op de heenweg ‘iets gebeurd’. Het kan zomaar zijn dat de heenreis perfect verloopt en pas op de terugreis, misschien zelfs wel vijf kilometer voor we weer terug zijn, wat gebeurd.
En dan nog . . . Misschien gaat de hele reis wel goed, maar gaat het pas fout als ik vanaf het huis van de vrienden naar mijn eigen huis rijd.
Dat er iets fout gaat lopen met reizen, ben ik van overtuigd. Ik weet alleen niet wat en wanneer.
Ik ben dan ook heel blij dat goede vrienden deze gok van ‘avontuurlijk reizen’ willen nemen.
woensdag 17 april 2013
Een oud reisverhaaltje
De grens over tussen Thailand en Maleisië
Het is al weer ruim twintig jaar geleden dat M en ik door
Thailand aan het rondtrekken waren. Ongeveer halverwege de vakantie waren we in
het zuiden van Thailand en besloten we om de grens met Maleisië over te gaan.
We hadden verhalen gelezen over hoe het ging bij de grens tussen Thailand en
Maleisië en die waren voor backpackers niet bepaald altijd even vriendelijk.
Maar wij zijn geen drugsgebruikers of anderszins crimineel bezig, dus wij
maakten ons geen zorgen.
Met de trein kwamen we in Sungai Kolok. Vanaf daar zouden we ongeveer een kilometer moeten lopen om in Maleisië weer op de trein te stappen. En tijdens onze wandeling kwamen we bij de douane.
De douane in Thailand bekeek onze paspoorten, zette er een uitreisstempel in en we konden doorlopen. Niks geen geneuzel in onze rugzakken.
Daarna langs de slagboom en dan een bezoekje brengen aan de douane in Maleisië. Daar kregen we een inreisstempel in onze paspoort en mochten we doorlopen. Ook hier geen gegraai in onze rugzakken.
Zouden al die verhalen die we gelezen hadden dan niet kloppen?
In Maleisië namen we de bus naar het treinstation in Rantau Pajang. Het is niet ver rijden, maar onderweg keken we in de Lonely Planet waar we heen wilde gaan. Het werd Perhentian Kecil, een klein eilandje voor de kust bij Kota Bharu. De broer van M was daar al eens geweest en had dat eilandje aangeraden voor als we een keer in de buurt zouden zijn.
Alleen reed er geen trein naar Kota Bharu. Wel een bus. Dus namen we in Rantau Pajang de bus naar Kota Bharu. De bus had net Rantau Pajang verlaten toen er midden op de weg militairen stonden met mitrailleurs in de handen. De bus stopte en deed de deur open. Er stapte één militair de bus in en bleef voorin staan. De andere militairen opende de kleppen onder in de bus en trokken alle rugzakken eruit. Die werden netjes naast elkaar gelegd met een tussenliggende afstand van een meter of twee. Daarna vroeg de militair of iedereen die buiten zijn rugzak zag liggen, er bij wilde gaan staan. Er lagen acht rugzakken op de weg, ook die van ons. Dus M en ik, samen met nog vier anderen, stonden op en liepen de bus uit en gingen bij onze rugzak staan. Er kwam een militair bij staan en die vroeg heel beleefd of wij onze rugzak open wilde maken. Daarna werd er flink gewroet in de rugzak.
Ik ben een verstokte roker en zorg er wel voor dat ik voldoende bij mij heb. De militair bekeek mijn shag, draaide het pakje een paar keer rond en begon te glimlachen. “Dutch tabacco.” zei hij. Ik knikte en hij legde de shag weer terug. Hij was schijnbaar klaar, want hij liep weg.
M is een verpleegkundige en zoals bij de meeste verpleegkundigen, moet er voor elk kwaaltje wel een middeltje mee op vakantie. We hadden zo ongeveer een hele miniapotheek bij ons. Er zaten dingen bij waarvoor we eigenlijk een medicijnpaspoort zouden moeten hebben. Maar aangezien M die middelen rechtstreeks vanuit het ziekenhuis had meegenomen, hadden we geen medicijnpaspoort. De militair bekeek alles uitvoerig, maar omdat alle medicijnen in een rood tasje met een wit kruis er op zaten, vond hij het wel goed. Ook M mocht haar rugzak weer dicht maken.
Zo verliep het ook bij de vier andere backpackers. Er lagen ook nog twee rugzakken waar niemand bij stond. Die rugzakken kende wij wel, want die was van dat Engelse stel waar wij een treincoupe mee hadden gedeeld. Maar zij waren in de bus blijven zitten.
De militairen deden helemaal niet moeilijk. Zij legden onze rugzakken weer onder in de bus, op die twee rugzakken na waar geen mensen bij hadden gestaan, en de bus mocht vertrekken. De Engelsen haalden weer opgelucht adem. Ze vertelden ons dat ze in Thailand wat cannabis hadden gekocht voor eigen gebruik en het vergeten waren om het weg te gooien voor ze de grens overgingen. Bij de douane dachten ze er opeens aan, maar aangezien ze daar geen rugzakken hadden doorzocht, dachten ze nu veilig te zijn. En nu waren ze dan wel hun rugzakken kwijt, maar ze waren niet aangehouden of opgepakt. Tot de militairen opeens opdoken en de bus aanhielden . . .
We reden alweer een kilometer of vijf door het mooie landschap van Maleisië toen we opeens werden ingehaald door een militair voertuig. Zij stopten abrupt voor de bus en kwamen met getrokken mitrailleurs de bus in gestormd. Zonder een woord te zeggen werd het Engelse stel de bus uitgesleurd en in de boeien geslagen. Daarna werden ze letterlijk in het militaire voertuig gesmeten en werd de deur achter hun gesloten.
Een militair kwam de bus weer ingelopen, verontschuldigde zich voor het tafereeltje wat we net hadden gezien en wenste iedereen een prettig verblijf in Maleisië.
Een verblijf die voor een Engels stelletje iets minder prettig zou gaan verlopen . . .
Met de trein kwamen we in Sungai Kolok. Vanaf daar zouden we ongeveer een kilometer moeten lopen om in Maleisië weer op de trein te stappen. En tijdens onze wandeling kwamen we bij de douane.
De douane in Thailand bekeek onze paspoorten, zette er een uitreisstempel in en we konden doorlopen. Niks geen geneuzel in onze rugzakken.
Daarna langs de slagboom en dan een bezoekje brengen aan de douane in Maleisië. Daar kregen we een inreisstempel in onze paspoort en mochten we doorlopen. Ook hier geen gegraai in onze rugzakken.
Zouden al die verhalen die we gelezen hadden dan niet kloppen?
In Maleisië namen we de bus naar het treinstation in Rantau Pajang. Het is niet ver rijden, maar onderweg keken we in de Lonely Planet waar we heen wilde gaan. Het werd Perhentian Kecil, een klein eilandje voor de kust bij Kota Bharu. De broer van M was daar al eens geweest en had dat eilandje aangeraden voor als we een keer in de buurt zouden zijn.
Alleen reed er geen trein naar Kota Bharu. Wel een bus. Dus namen we in Rantau Pajang de bus naar Kota Bharu. De bus had net Rantau Pajang verlaten toen er midden op de weg militairen stonden met mitrailleurs in de handen. De bus stopte en deed de deur open. Er stapte één militair de bus in en bleef voorin staan. De andere militairen opende de kleppen onder in de bus en trokken alle rugzakken eruit. Die werden netjes naast elkaar gelegd met een tussenliggende afstand van een meter of twee. Daarna vroeg de militair of iedereen die buiten zijn rugzak zag liggen, er bij wilde gaan staan. Er lagen acht rugzakken op de weg, ook die van ons. Dus M en ik, samen met nog vier anderen, stonden op en liepen de bus uit en gingen bij onze rugzak staan. Er kwam een militair bij staan en die vroeg heel beleefd of wij onze rugzak open wilde maken. Daarna werd er flink gewroet in de rugzak.
Ik ben een verstokte roker en zorg er wel voor dat ik voldoende bij mij heb. De militair bekeek mijn shag, draaide het pakje een paar keer rond en begon te glimlachen. “Dutch tabacco.” zei hij. Ik knikte en hij legde de shag weer terug. Hij was schijnbaar klaar, want hij liep weg.
M is een verpleegkundige en zoals bij de meeste verpleegkundigen, moet er voor elk kwaaltje wel een middeltje mee op vakantie. We hadden zo ongeveer een hele miniapotheek bij ons. Er zaten dingen bij waarvoor we eigenlijk een medicijnpaspoort zouden moeten hebben. Maar aangezien M die middelen rechtstreeks vanuit het ziekenhuis had meegenomen, hadden we geen medicijnpaspoort. De militair bekeek alles uitvoerig, maar omdat alle medicijnen in een rood tasje met een wit kruis er op zaten, vond hij het wel goed. Ook M mocht haar rugzak weer dicht maken.
Zo verliep het ook bij de vier andere backpackers. Er lagen ook nog twee rugzakken waar niemand bij stond. Die rugzakken kende wij wel, want die was van dat Engelse stel waar wij een treincoupe mee hadden gedeeld. Maar zij waren in de bus blijven zitten.
De militairen deden helemaal niet moeilijk. Zij legden onze rugzakken weer onder in de bus, op die twee rugzakken na waar geen mensen bij hadden gestaan, en de bus mocht vertrekken. De Engelsen haalden weer opgelucht adem. Ze vertelden ons dat ze in Thailand wat cannabis hadden gekocht voor eigen gebruik en het vergeten waren om het weg te gooien voor ze de grens overgingen. Bij de douane dachten ze er opeens aan, maar aangezien ze daar geen rugzakken hadden doorzocht, dachten ze nu veilig te zijn. En nu waren ze dan wel hun rugzakken kwijt, maar ze waren niet aangehouden of opgepakt. Tot de militairen opeens opdoken en de bus aanhielden . . .
We reden alweer een kilometer of vijf door het mooie landschap van Maleisië toen we opeens werden ingehaald door een militair voertuig. Zij stopten abrupt voor de bus en kwamen met getrokken mitrailleurs de bus in gestormd. Zonder een woord te zeggen werd het Engelse stel de bus uitgesleurd en in de boeien geslagen. Daarna werden ze letterlijk in het militaire voertuig gesmeten en werd de deur achter hun gesloten.
Een militair kwam de bus weer ingelopen, verontschuldigde zich voor het tafereeltje wat we net hadden gezien en wenste iedereen een prettig verblijf in Maleisië.
Een verblijf die voor een Engels stelletje iets minder prettig zou gaan verlopen . . .
woensdag 27 maart 2013
Een ritje naar het 'Westen'
Al is het enige tijd geleden dat ik over mijn reizen heb
geschreven, wil nog niet zeggen dat het tegenwoordig goed verloopt. In
tegendeel zelfs, soms weet ik weer geheel nieuwe dingen tegen te komen.
Op zaterdag 16 maart reed ik naar een paar vrienden. Een rit
van ongeveer twee uurtjes rijden. Ook zij zijn bekend met mijn manier van
reizen en verheugen zich er bijna op wat er nu weer tegen zat om de rit qua
tijdsduur te verlengen.
Ongeveer drie uur voor de afgesproken tijd was ik van huis gegaan. Een uur eerder dan noodzakelijk. Het begon al goed, want ik was mijn dorp nog niet uit of ik kon alweer terug naar huis. Ik was vergeten het kattenluik af te sluiten en wil niet dat Scary nu naar buiten zou kunnen. Hij komt er nog niet eens in de buurt, maar je zal zien dat het nu wel het geval is en dan niet meer weet hoe hij binnen moet komen.
Nog geen tien minuten later reed ik weer het dorp uit. ‘Als dit alles is, dan valt het nog wel mee.’ dacht ik bij mijzelf.
Maar nog geen drie kilometer stond ik alweer stil. Midden op de weg. Een aantal agenten en andere overlaten met een oranje hesje aan blokkeerden de weg. Ik snapte het in het geheel niet, maar het werd mij al snel duidelijk.
Een aantal zotten hadden zich ingeschreven voor de Bonifatiusloop. En nu zij in de buurt van de weg waren, werd de weg geblokkeerd zodat de lopers vrijspel hadden met oversteken.
Het zal jullie verbazen hoeveel zotten er zijn om met deze ijzige kou aan een hardloopwedstrijd mee doen.
Enfin . . . Ongeveer een kwartier later werd de weg weer vrijgegeven en kon ik mijn pad weer vervolgen. Helaas niet zover als ik zou willen, want nog geen tien kilometer verder werd ik van de weg afgehaald door andere agenten. Deze keer zag ik geen andere onverlaten erbij, dus of dit nu met de Bonifatiusloop had te maken, betwijfelde ik sterk.
En ik had gelijk. Dit had niks met die hardlopende zotten te maken. Het was gewoon een algehele controle van oom agent, in samenwerking met de belastingdienst alle andere onzinnige instanties die zich graag met mijn welzijn bemoeien.
Uiteraard had ik mijn zaakjes in orde. Auto had een geldige APK, ik had een geldig rijbewijs met goed lijkende pasfoto, het kentekenbewijs was in orde en er waren geen openstaande bekeuringen en arrestatiebevelen. Ook was mijn drankgebruik ver beneden de grens, want het P-tje lichtte fier op.
Het zou ook te gek zijn om al aan de kant te worden gezet met de auto als je naar een feestje toe gaat. Een feestje waar ik toch geen alcohol nuttig omdat ik daarna nog moet rijden.
Maar toch . . . Ik stond toch weer een klein half uurtje te koubekken op de carpoolplaats omdat de ambtenaren hun werk erg goed deden. Ieder weldenkend mens snapt wel wat ik met het werken van een ambtenaar bedoel. Ze werken wel, maar dan wel in super slow motion. En met kou schijnt het dan nog langzamer te moeten.
Maar goed . . . Ik kon weer verder rijden. Ik keek op de klok in het dashboard van mijn auto en als die goed zou lopen, zou ik nog ruim op tijd zijn. Na een klein rekensommetje wist ik dat ik zelfs nog ruim op tijd zou zijn.
Maar ik had de Ketelbrug nog niet gehad . . .
Ik heb altijd de mazzel om als eerste auto voor de slagbomen te staan bij de Ketelbrug. Het is me zelf een keer gelukt om midden in de nacht voor die bomen te mogen parkeren.
En nu ze bezig zijn met het opkalefateren van de Ketelbrug, is de kans alleen maar groter om enige oponthoud te hebben.
Maar dat viel erg mee. Ik weet niet wat de reden was, maar de goden van de weg waren met mij, want ik kon zo doorrijden. De slagbomen stonden als vlaggenmasten recht omhoog en zo bleven ze ook staan.
Ik vertelde Mikey dat we deze keer zelfs vroeger daar zouden zijn dan de afgesproken tijd. Iets wat niet erg vaak voorkomt, maar voor een keertje een welkome verrassing is.
Misschien had ik beter mijn mond kunnen houden, want een paar kilometer verder zag ik dat Mikey mij heel zielig aan zat te kijken en tussen zijn voorpoten lag zijn maaginhoud. Vers uit zijn maag geperst. Ik kon de gepikte kattenvoerbrokjes tellen . . .
Niet dat ik dat gedaan heb. Ik ben bij de eerste de beste benzinestation gestopt, heb uit de shop een stapel servetten geroofd en ben de stoel maar schoon gaan maken. Onderwijl lief babbelend tegen Mikey, want hij voelde zich erg schuldig.
Daarna nog even met Mikey een stukje langs de parkeerplaats gelopen en hem nog eens duidelijk gemaakt dat hij er ook niks aan kon doen. Die kattenvoerbrokjes in zijn maag was niet zijn schuld, maar de schuld van Skreewert. Skreewert is nooit te beroerd om Mikey van kattenvoerbrokjes te voorzien.
Al met al was ik nog steeds ruim op tijd. Exact vijf minuten voor de afgesproken tijd stapte ik bij de vrienden naar binnen. Echt wel knap om over een rit van een krappe twee uur, meer dan drie uur over te doen . . .
Voor de rest verliep het reizen in het westen van het land wel mee. Er waren geen grote vertragingen meer.
Maar gisteravond ging ik weer naar huis . . .
De Ketelbrug kom ik dan weer tegen . . .
Ruim een kilometer voor de brug staat een groot geel bord . . .
“Tussen 21.00 uur en 00.00 uur enige oponthoud bij de Ketelbrug” . . .
Ik kijk op mijn dashboardklokje . . .
Ik zie de tijd en begin te glimlachen . . .
Het is net 19.00 uur geweest . . .Ongeveer drie uur voor de afgesproken tijd was ik van huis gegaan. Een uur eerder dan noodzakelijk. Het begon al goed, want ik was mijn dorp nog niet uit of ik kon alweer terug naar huis. Ik was vergeten het kattenluik af te sluiten en wil niet dat Scary nu naar buiten zou kunnen. Hij komt er nog niet eens in de buurt, maar je zal zien dat het nu wel het geval is en dan niet meer weet hoe hij binnen moet komen.
Nog geen tien minuten later reed ik weer het dorp uit. ‘Als dit alles is, dan valt het nog wel mee.’ dacht ik bij mijzelf.
Maar nog geen drie kilometer stond ik alweer stil. Midden op de weg. Een aantal agenten en andere overlaten met een oranje hesje aan blokkeerden de weg. Ik snapte het in het geheel niet, maar het werd mij al snel duidelijk.
Een aantal zotten hadden zich ingeschreven voor de Bonifatiusloop. En nu zij in de buurt van de weg waren, werd de weg geblokkeerd zodat de lopers vrijspel hadden met oversteken.
Het zal jullie verbazen hoeveel zotten er zijn om met deze ijzige kou aan een hardloopwedstrijd mee doen.
Enfin . . . Ongeveer een kwartier later werd de weg weer vrijgegeven en kon ik mijn pad weer vervolgen. Helaas niet zover als ik zou willen, want nog geen tien kilometer verder werd ik van de weg afgehaald door andere agenten. Deze keer zag ik geen andere onverlaten erbij, dus of dit nu met de Bonifatiusloop had te maken, betwijfelde ik sterk.
En ik had gelijk. Dit had niks met die hardlopende zotten te maken. Het was gewoon een algehele controle van oom agent, in samenwerking met de belastingdienst alle andere onzinnige instanties die zich graag met mijn welzijn bemoeien.
Uiteraard had ik mijn zaakjes in orde. Auto had een geldige APK, ik had een geldig rijbewijs met goed lijkende pasfoto, het kentekenbewijs was in orde en er waren geen openstaande bekeuringen en arrestatiebevelen. Ook was mijn drankgebruik ver beneden de grens, want het P-tje lichtte fier op.
Het zou ook te gek zijn om al aan de kant te worden gezet met de auto als je naar een feestje toe gaat. Een feestje waar ik toch geen alcohol nuttig omdat ik daarna nog moet rijden.
Maar toch . . . Ik stond toch weer een klein half uurtje te koubekken op de carpoolplaats omdat de ambtenaren hun werk erg goed deden. Ieder weldenkend mens snapt wel wat ik met het werken van een ambtenaar bedoel. Ze werken wel, maar dan wel in super slow motion. En met kou schijnt het dan nog langzamer te moeten.
Maar goed . . . Ik kon weer verder rijden. Ik keek op de klok in het dashboard van mijn auto en als die goed zou lopen, zou ik nog ruim op tijd zijn. Na een klein rekensommetje wist ik dat ik zelfs nog ruim op tijd zou zijn.
Maar ik had de Ketelbrug nog niet gehad . . .
Ik heb altijd de mazzel om als eerste auto voor de slagbomen te staan bij de Ketelbrug. Het is me zelf een keer gelukt om midden in de nacht voor die bomen te mogen parkeren.
En nu ze bezig zijn met het opkalefateren van de Ketelbrug, is de kans alleen maar groter om enige oponthoud te hebben.
Maar dat viel erg mee. Ik weet niet wat de reden was, maar de goden van de weg waren met mij, want ik kon zo doorrijden. De slagbomen stonden als vlaggenmasten recht omhoog en zo bleven ze ook staan.
Ik vertelde Mikey dat we deze keer zelfs vroeger daar zouden zijn dan de afgesproken tijd. Iets wat niet erg vaak voorkomt, maar voor een keertje een welkome verrassing is.
Misschien had ik beter mijn mond kunnen houden, want een paar kilometer verder zag ik dat Mikey mij heel zielig aan zat te kijken en tussen zijn voorpoten lag zijn maaginhoud. Vers uit zijn maag geperst. Ik kon de gepikte kattenvoerbrokjes tellen . . .
Niet dat ik dat gedaan heb. Ik ben bij de eerste de beste benzinestation gestopt, heb uit de shop een stapel servetten geroofd en ben de stoel maar schoon gaan maken. Onderwijl lief babbelend tegen Mikey, want hij voelde zich erg schuldig.
Daarna nog even met Mikey een stukje langs de parkeerplaats gelopen en hem nog eens duidelijk gemaakt dat hij er ook niks aan kon doen. Die kattenvoerbrokjes in zijn maag was niet zijn schuld, maar de schuld van Skreewert. Skreewert is nooit te beroerd om Mikey van kattenvoerbrokjes te voorzien.
Al met al was ik nog steeds ruim op tijd. Exact vijf minuten voor de afgesproken tijd stapte ik bij de vrienden naar binnen. Echt wel knap om over een rit van een krappe twee uur, meer dan drie uur over te doen . . .
Voor de rest verliep het reizen in het westen van het land wel mee. Er waren geen grote vertragingen meer.
Maar gisteravond ging ik weer naar huis . . .
De Ketelbrug kom ik dan weer tegen . . .
Ruim een kilometer voor de brug staat een groot geel bord . . .
“Tussen 21.00 uur en 00.00 uur enige oponthoud bij de Ketelbrug” . . .
Ik kijk op mijn dashboardklokje . . .
Ik zie de tijd en begin te glimlachen . . .
Dit moet dus goed gaan . . .
De rit naar huis deed ik nu zelfs binnen de normale tijdsduur. In nog geen twee uur was ik weer thuis.
Later hoorde ik van een paar andere vrienden dat zij later op de avond richting huis een tijdje bij een brug hebben moeten wachten . . .
Ik heb niet zitten lachen, ik weet wat het is om voor de Ketelbrug te moeten wachten . . .
Maar inwendig . . .
donderdag 27 september 2012
Sneller dan mijn auto
“En jij denkt terug te gaan met die auto.” zei mijn broer zo’n vijfentwintig jaar geleden.
Mijn broer woont in Frankrijk, ongeveer 350 kilometer onder Luxemburg. M (mijn ex) en ik waren een weekje bij hem op bezoek geweest en zouden die dag weer naar huis toe gaan. En mijn auto was niet de beste meer, maar hij bracht mij nog overal naar toe waar ik maar heen wilde. Ik reed er al verschillende jaren mee en vertrouwde hem nog voor de honderd procent.
Maar na de woorden van mijn broer, die veel meer verstand van auto’s heeft dan mij, begon ik toch te twijfelen.
“Bel je even als je thuis bent?”
Met die woorden namen mijn broer en ik afscheid en begon ik aan een rit van ongeveer zeven uur naar Amsterdam.
Het viel mij op dat de witte rookpluim achter mijn auto iets groter was dan hij al jaren was. Maar goed, het was ook een auto die een beste slok olie lustte.
De reis verliep voorspoedig . . . tot Antwerpen.
We kwamen net een tunnel uit en spontaan hield de motor er mee op. Snel de versnelling in zijn vrij gezet en zo uit laten rijden tot aan een praatpaal.
Nog voor ik op een knop van de praatpaal kon drukken om verbinding te krijgen met de Belgische wegenwacht, stopte er al een auto van de wegenwacht voor mijn auto.
De man glunderde helemaal toen hij uitstapte. Hij was monteur geweest bij een garage die mijn merk auto verkocht en onderhield. En sinds een paar dagen was hij bij de wegenwacht werkzaam. Hij vond het leuk om nu een auto tegen te komen waar hij erg veel van wist.
Vol enthousiasme deed hij mijn motorkap open en deed hem ook gelijk weer dicht.
“Dit kan ik niet maken.” zei de wegenwachter met grote ogen.
De man deed de motorkap weer open en liet mij de restanten van mijn motor zien. Hij wees naar een stuk metaal en vertelde mij dat het een nokkenas was en dat die normaal gesproken niet zichtbaar is.
Vele verstand van motoren heb ik niet, maar het was mij snel duidelijk dat deze auto vandaag niet meer uit zichzelf zou gaan rijden, of ik nu wel of niet achter het stuur zou gaan zitten.
Na een half uurtje wachten kwam er een grote vrachtwagen om mijn bestelbus op te halen. Nadat de man mijn auto had geladen, stapte hij in en reed weg. Na een meter of vijf rijden stopte hij en stapte hij weer uit.
“Hoe gaan jullie nu verder?” vroeg hij.
Wij vertelden de man dat wij geen enkel idee hadden. We weten de weg hier niet en we zouden wel zien hoe we bij het station zouden komen.
“Eigenlijk mag het niet, maar stap maar in. Dan breng ik jullie wel even naar het station.”
De straten rond het Centraal Station in Antwerpen zijn niet zo groot en breed en ik heb nog steeds bewondering voor de chauffeur hoe hij zijn grote vrachtwagen door de nauwe straatjes laveerde om ons voor het station af te zetten.
Op het station kochten we treinkaartjes naar Amsterdam en gingen op het perron zitten wachten tot de trein kwam. De omroepinstallatie op het perron begon iets onverstaanbaars om te roepen. Het enige woord wat wij verstonden was het woordje Amsterdam, maar verder hadden wij er niets van verstaan. We zijn het gaan vragen aan een perronmedewerker, maar ook hij had het niet verstaan. De man wilde wel even navraag voor ons doen en belde een collega op.
Het bleek dat de intercity naar Amsterdam door een stroomstoring niet bij dit station kon komen. Er zou nu een ander treintje komen om ons naar een ander station zou brengen en daar zou de intercity op ons wachten.
Een half uurtje later zagen we een diesellocomotief met een heel klein wagonnetje voor passagiers aankomen. We keken eens naar de aantal mensen dat mee moest en we zorgden ervoor dat we heel snel in konden stappen, want zoveel mensen zouden nooit in het kleine wagonnetje passen.
En dat klopte ook, want een deel van de gestrande passagiers stonden nog op het perron toen het diesellocomotiefje wegreed. We zagen ze daar staan, met voldoende ruimte om hun heen. Wij stonden als spaghettislierten in een vacuüm verpakte verpakking in een erg klein wagonnetje.
Na enkele kilometers stopte het treintje bij een heel klein stationnetje. Iedereen trachtte zich richting de deur van het wagonnetje te bewegen, maar de deuren gingen niet open. Na enkele minuten begon het treintje weer te rijden in de richting waar we vandaan kwamen.
Het bleek dat we even moesten wachten tot er een wissel was omgezet, zodat de trein op een ander spoor zou komen.
Drie stationnetjes later kwamen we bij een groter station en hier stopte het treintje weer. Nu gingen de deuren wel open en de passagiers rolden letterlijk de trein uit. Aan de andere zijde stond de intercity naar Amsterdam al op ons te wachten. Wij stapten in en ploften op een bank neer.
Eindelijk . . . We zaten in de goede trein met volop ruimte en we zouden nu naar huis gaan . . .
Toch . . . ?
Wat voor ons een eeuwigheid leek, duurde misschien niet langer dan een half uur, maar eindelijk begon de intercity te rijden. Al snel had de intercity de volle snelheid te pakken en zou het niet lang meer duren voor we in Amsterdam zouden zijn.
Maar net over de Belgische en Nederlandse grens stopte de trein midden in een weiland.
Ik grapte nog dat de trein misschien ook wel last had van een losliggende nokkenas. M keek mij een beetje boos aan. Ik vertelde M dat dit een trein was met een elektromotor en die hebben geen nokkenas.
Na ruim een half uur wachten werd er eindelijk omgeroepen dat de trein vertragen had opgelopen door een stukkende motor en dat er nu gewacht werd op een diesellocomotief om de trein verder te slepen.
Ik weet dat ik mijn broer beloofd had dat ik zou bellen als ik thuis was, maar ik vond dit ook wel een goed moment. We konden toch de trein nog niet uit en, met mijn mazzel, zou het nog wel een tijdje duren voor de diesellocomotief hier zou zijn.
“Ben je nu pas thuis?” vroeg mijn broer, “Je hebt er wel de tijd voor genomen, hè?”
Tja, we waren pas tien uurtjes onderweg. Ik vertelde in grote lijnen hoe onze reis tot nu toe verlopen was en dat het nog wel even kon duren voor we thuis zouden zijn. Mijn broer, die mijn manier van reizen maar al te goed kent, begon te lachen en vertelde ons dat we niet hoefden te bellen als we thuis zouden zijn. Dat zou morgen ook nog wel kunnen. Dan zou hij tenminste nog een normale nachtrust kunnen hebben en niet een halve nacht op ons telefoontje hoeven wachten.
Tsssss . . . Wat een vertrouwen . . .
Eindelijk werd de trein weggesleept. Na een ritje van ongeveer twintig minuten stopte de trein weer en stonden we bij een perron op een rangeerterrein. Aan de andere zijde van het perron stond ook een trein en konden we zo overstappen.
Onze spookbeelden dat we langs het spoor door een weiland zouden moeten lopen, en daarna uren zouden moeten wachten op een bus die toch niet komt, verdwenen als sneeuw voor de zon. Dit was allemaal keurig georganiseerd en we waren dik tevreden.
Al snel reed deze trein op volle snelheid richting Amsterdam.
Natuurlijk reden er allang geen trams meer toen we op het Amsterdam Centraal Station aankwamen. En een nachtbus reed er wel, maar die kwam niet echt in de buurt van ons huis. We hadden ook geen zin om het stuk van de bushalte naar huis te gaan lopen, dus hebben we een taxi genomen.
Bijna vijftien uur later na aanvang van de terugreis, stapten we moe ons huisje binnen.
En de auto?
Die zou de week erop door de ANWB naar Nederland worden gehaald. Alleen was de ANWB vergeten dat het een bestelbus was, en die past niet op een ‘gewone’ repatriëringtransport. Daar passen alleen luxe auto’s op.
Na ruim drie weken was ook mijn auto weer in Nederland.
Waren wij toch lekker sneller . . .
Lekker puh . . .
zondag 5 augustus 2012
Fileleed
Langzaam kruipt het verkeer voort. Elke ochtend en elke avond weer, van maandag tot en met vrijdag. Uren worden versleten in de auto. Mensen zorgen dat ze bezig blijven, want anders vallen ze in de file in slaap. Sommigen doe wat voorbereidingen voor school of werk. Anderen lezen gewoon de krant of boek. Soms zie je een enkele dame zich opmaken bij de binnenspiegel. Of het lang uitgestelde telefoontje wordt nu eindelijk gedaan.
Zo vermaakt iedereen zich wel in de file en probeert op die manier het lange wachten te verzachten.
Als er een plezierritje word gemaakt, zoals op een zonnige dag naar het strand, raadpleegt men eerst een één of andere site of er files zijn. Op internet is daar voldoende over te vinden. Elke gerespecteerde internetkrant heeft wel iets van filemeldingen op hun site staan. Er zijn zelfs speciale sites voor filemeldingen.
Ik schrik hiervan . . .
Er zijn 28 files met een totale lengte van 77 kilometer !!
Dat is gemiddeld bijna 3 kilometer per file!!
En dat op een zondag!!
Maar goed . . . de temperatuur is wel weer lekker . . .
Dit is veel beter . . .
Maar 7 files met 0 kilometer file.
Ik vraag me af hoe ze dat doen, files zonder kilometers . . .
Maar gelukkig kan je doorrijden, want de temperatuur is een stuk lager en dan sta je niet graag stil.
En dan vind ik een site, met toch wel een wat vreemde naam voor filemeldingen, waar ze op de A-wegen bij elkaar 58 kilometer file is, maar maak je maar geen zorgen, want er is geen vertraging. En bij 3 kilometer file heb je al 9 minuten vertraging op de N-wegen.
En dan is er nog één met 7 meldingen, maar geen files.
Toch wel knap, eigenlijk.
Maar de temperatuur is hier wel het beste.
Ik denk dat ik maar thuis blijf . . .
Als al die sites met filemeldingen het al niet eens zijn met elkaar . . .
En met mijn manier van reizen . . .
Dan vind ik in een file van 0 kilometer lang . . .
Met een vertraging van 3 uur . . .
En een vorstperiode op de koop toe . . .
En dat in de zomervakantie . . .
dinsdag 31 juli 2012
Nog een rondje?
M en ik waren weer eens in ons geliefde Griekenland aan het backpacken. We hopten met een boot van eiland naar eiland en lieten ons op het land door lokale openbaar vervoer vervoeren. Het is altijd weer leuk om dat te doen. Je ziet veel van het land en steden. En soms meer dan oorspronkelijk de bedoeling was.
Maar ach, we hadden vakantie en alleen de vluchten met het vliegtuig stond vast. Dus wat maakt het uit?
We kwamen met de boot op de noordkant van één van de vele eilanden aan. We liepen de stad in om wat te gaan eten en om naar de bus te gaan om ons naar de zuidkant van het eiland te brengen. want daar wilde we heen. Daar waren de mooie stranden en andere bezienswaardigheden.
Een eettentje zoeken was niet zo moeilijk. In alle Griekse plaatsen zijn genoeg eettentjes te vinden waar toeristen eten, maar die zochten wij niet. Wij zochten de tentjes waar de lokale bevolking ook eet. Daar krijg je pas het echte Griekse eten en voor een habbekrats.
Maar we vonden een eettentje en al snel zaten we te smikkelen aan een heerlijk Grieks broodje gyros. Na het eten pakten we de landkaart en de Lonely Planet van Griekenland om exact te gaan bepalen naar welke plaats we wilden gaan.
Altijd wel handig als je met het openbaar vervoer wilt gaan.
We wisten waar we heen wilden en op de stadsplattegrond vonden we waar het busstation was. We liepen erheen en zochten de juiste bus op. We legden onze rugzakken in het daarvoor bestemde bak in de bus en gingen zitten.
De bus begon al aardig vol te raken en al snel verliet de bus het busstation.
Het begon ons op te vallen dat de bus niet de stad uit ging. Elke keer als we in de buurt van de stadsgrens kwamen, sloegen we opeens links- of rechtsaf. We hadden zo ongeveer alle mooie plekjes van de stad gezien en vonden het aardig van de buschauffeur dat hij dat aan ons liet zien. Maar de dag begon toch al aardig te vorderen en we wilden naar de zuidkant van het eiland om nog een slaapplek te vinden voor het slapen gaan.
De bus stopte voor de zoveelste keer om er mensen in en uit te laten. Alleen stapte hier niemand in, maar stapte iedereen uit. Behalve wij dan, want wij waren nog niet waar we wezen wilden.
Toen iedereen de bus verlaten had en wij eens door de raampjes naar buiten keken, zagen we iets heel bekends. We stonden op precies dezelfde plek als waar we van vertrokken waren. We waren weer terug op het busstation.
Wij zijn ook maar de bus uit gegaan, want anders zouden we nog een rondje door de stad maken en daar hadden we nu niet echt zin in. We keken nog eens op de voorkant van de bus en die had toch echt het juiste nummer die wij moesten hebben om aan de zuidkant van het eiland te komen. We snapten er niets van.
Bij het busstation staan veel kiosken en bij één van die kiosken zijn we gaan vragen welke bus wij dan zouden moeten hebben. De man in de kiosk gaf ons hetzelfde nummer op van de bus die wij net hadden verlaten en we wezen naar de bus die wij net hadden verlaten. De man begon breed te glimlachen.
Hij vertelde ons dat wij wel een bus hadden met het goede nummer, maar op het verkeerde busstation waren. Op dit busstation kwamen alleen de stadsbussen. Om de hoek was nog een busstation en daar kwamen de bussen die over het hele eiland reden. En sommige bussen hebben dezelfde nummers, maar zijn van verschillende maatschappijen.
Wij liepen de hoek om en zagen direct een bus met het juiste nummer staan. Wij stapten in en legden onze rugzakken in de daarvoor bestemde bak en gingen zitten. Zodra de chauffeur instapte, zijn we nog even wezen vragen of deze bus wel wist waar hij heen moest. Nadat de chauffeur ons verzekerde dat hij de weg wist, konden we op ons gemak gaan zitten en genieten van de reis, die ongeveer nog anderhalf uur zou duren.
Aan de zuidkant van het eiland aangekomen, gingen we op zoek naar de camping die we uitgezocht hadden. Niet om ons tentje op te zetten, want die hadden we niet bij ons. Maar om een cabin te huren voor een paar dagen, zodat we heerlijk van de zon, zee en strand konden genieten.
Helaas was de camping gesloten, maar dat vonden wij niet zo erg, want het zag er erg slecht uit. We hadden ook het idee dat hij al enkele jaren dicht was.
Dus werd het een hotelletje aan de zee. In plaats dat we een paar dagen bleven, werd het ruim een week, want dit hotel beviel ons erg goed.
De terugweg ging heel goed, maar dat was ook niet zo moeilijk. Hier kwam maar één bus en hij ging maar naar één stad, de stad waar wij de boot weer konden nemen naar een volgend eiland.
maandag 23 juli 2012
Een gracieuze tank?
Gisteren was het zover.
Ik ging voor het eerst de snelweg op met Madam Tiz.
De laatste jaren heb ik alleen maar grote tot hele grote auto’s gehad. De laatste was mijn geliefde Ford Broncootje. Madam Tiz zou makkelijk in de bagageruimte kunnen parkeren, als ze een sprongetje kon maken.
Om een kleine vergelijking te maken, de Bronco weegt bijna 2500 kilogram , Madam Tiz weegt 750 kilogram .
Met gemengde gevoelens draai ik de snelweg op.
Zou Madam Tiz zich kunnen meten met alle andere snelheidsmonsters op de weg?
Kan Madam Tiz, met haar drie kleine cilindertjes, de racemonsters wel bijhouden?
Ik was op weg naar een paar vrienden die een caravan bezitten vlakbij Zwolle.
In de afgelopen jaren zijn deze mensen uitgegroeid van chatkennissen naar hele goede, en dierbare, vrienden. Afgelopen voorjaar hadden ze een andere caravan gekocht en ik ben wezen helpen, na het plaatsen van de caravan, met het aansluiten van gas, licht, water en afvoeren. Ook het terras moest weer compleet gemaakt worden. Die was voor de helft verwijderd om de oude caravan weg te halen en om de nieuwe caravan te plaatsen.
Op de invoegstrook trap ik het gaspedaal diep in, zodat Madam Tiz vooruitschiet. Met een snelheid van 100 kilometer per uur verlaat ik de invoegstrook en kom op de rijbaan van de snelweg terecht.
Ik merk dat Madam Tiz nog steeds harder wilt. Ze krijgt haar zin, ze mag naar de 120 kilometer per uur toe.
Gracieus glijd ze over de snelweg heen. De drie cilindertjes doen erg hun best, zonder al te veel lawaai te maken. Ik geniet, want Madam Tiz doet wat ze moet doen. Zonder te protesteren.
Ik zet de radio aan en kan hem duidelijk horen. Ik word steeds meer relaxed.
Jah, dit is echt genieten.
Met mijn Broncootje kwam ik nooit boven de 100 kilometer per uur met rijden. Met die snelheid kon ik 3,5 kilometer rijden op 1 liter gas. Als ik 120 zou gaan rijden, zou ik nog maar 2 kilometer kunnen rijden op 1 liter gas.
Ik heb het nog niet uit kunnen testen, maar volgens de gegevens zou Madam Tiz 19 kilometer moeten kunnen rijden op 1 liter benzine.
Met deze gedachten geniet ik nog meer . . .
Ik kom bij een stuk snelweg waar 130 kilometer per uur gereden mag worden. Ik kijk Madam Tiz eens aan en ze laat merken dat ze er zin in heeft. Het gaspedaal werd iets dieper naar de vloer geduwd met mijn voet en gelijk gaat Madam Tiz er meer snelheid ingooien.
Met 130 kilometer per uur weet ze ook raad.
De drie cilindertjes snorren van genot.
Mijn reizen lopen nooit soepel, er is altijd wel iets. Maar met Madam Tiz erbij gaat alles goed. Geen enkele brug die snel omhoog gaat als ik er aan kom, geen enkele trein die nog even snel voor mij de overgang moet passeren. Alles verloopt vlekkeloos.
Kan dit wel goed gaan?
Bij Zwolle mag ik de snelweg weer af. Ik laat mijn gaspedaal los en dirigeer Madam Tiz de uitvoegstrook op. Ik rem een klein beetje en schakel een keer terug, zodat het motortje mee helpt met afremmen.
Opeens hoor ik een bekend geluid. Het is net alsof ik mijn Broncootje hoor. Ik kijk om mij heen, maar binnen een straal van 100 meter zie ik geen enkel ander voertuig. Alleen ik rij hier op een verlaten afrit.
Is Madam Tiz dan degene die zoveel lawaai maakt?
Ik zet de radio uit en trap het gaspedaal even kort diep in. Het zware geluid zwelt aan. Ik laat het gaspedaal weer los en het zware geluid neemt weer af. Onder gemopper en geplof word het weer wat stiller.
Het is gelijk duidelijk voor mij. Madam Tiz weet dat ik mijn Broncootje mis. Spontaan heeft ze daar een oplossing voor bedacht en breekt haar uitlaat compleet in tweeën.
Madam Tiz rijd nog als even gracieus op de weg, maar maakt een geluid van een Leopardtank.
De vrienden waar ik onderweg naar was, staan helemaal achteraan op de camping. Maar zodra ik met Madam Tiz de camping opdraaide, zei de man dat ik er aan kwam. Zijn vrouw zei dat hij dat niet kon weten, want dit mocht dan wel het geluid van de Bronco zijn, het kon de Bronco niet zijn. De man bleef erbij dat ik er aan kwam.
Ik kwam in de buurt van de caravan en zag de vrienden al kijken. Na mijn uitleg van wat er was gebeurd, konden ze alleen maar zeggen dat ze zoiets wel konden verwachten. Er zou bij mij wel eens iets normaal verlopen . . .
Vandaag komt er een extra ritje voor Madam Tiz. Dan mag ze kennismaken met de garage die haar, zolang ze in mijn bezit is, in optimale conditie gaat houden.
En ik hoop dat ze lang in mijn bezit is, want ik hou van haar.
donderdag 5 juli 2012
Het OV, soms valt het mee
Ik ben blij dat er openbaar is en ik reis zelden mee, maar waarom moet er altijd iets misgaan als ik met het openbaar vervoer ga?
Oké, er was nu keuze genoeg. Met het openbaar vervoer vanaf Dokkum naar Amsterdam is eigenlijk al om moeilijkheden vragen. Het begint met een bus, dan een trein, dan overstappen in een andere trein en dan weer een bus. En dan de reisduur, die is twee keer zolang als met een auto. Mogelijkheden genoeg, dacht ik zo.
Met de eerste bus ging het goed, behalve dan dat Mikey -je weet wel, die Jack Russell die denkt dat hij een hond is- bij het instappen van de bus nog even zijn bruine hoop moest laten varen. Precies voor de deur van de bus. Gelukkig zag de chauffeur het en reed langzaam een meter vooruit, zodat andere passagiers er niet in zouden stappen. En kon ik rustig het cadeautje van Mikey opruimen.
Met de trein verliep het iets anders.
Vlak voor het station van Ermelo, waar de trein normaal voorbij zou racen, stond de trein opeens stil en bleef daar een klein kwartier staan. Sommige mensen werden wat onrustig en keken licht verdwaasd om zich heen. Ik had een goed boek bij me en kon me er niet uit los worstelen, anders zou ik met de anderen mee doen. Ik val niet zo graag op, maar het boek was te goed om te stoppen met lezen.
Toen de trein weer langzaam begon te rijden, werd er verteld waarom we daar stil hadden gestaan. Volgens de man die in de microfoon sprak, liep er een vaag en verdacht individu langs het spoor. Ik was blij dat ik in de trein zat, want stel je eens voor . . .
De politie was erbij gehaald en die heeft de man in de boeien geslagen. Ik heb hem zien staan en ik moet zeggen, hij leek totaal niet op mij (dit vertel ik om bepaalde personen voor te zijn).
Al snel was de trein weer op zijn vertrouwde snelheid en kwamen we maar een kwartiertje te laat op het station van Amersfoort aan. Ik was er precies op tijd om gelijk over te stappen in de andere trein die ik moest hebben.
De rest van de reis verliep weer voorspoedig. Ongekend voor mij.
Mikey en ik hebben de reis goed doorstaan. Vooral Mikey had het naar zijn zin als de trein stopte bij een station. Hij had al snel door dat hij het beste aan het gangpad op de stoel kon zitten. Er lopen dan allerlei, en nog veel ook, mensen langs hem heen en vele geven hem dan een kriebel op de kop. Hij genoot er volop van.
zaterdag 16 juni 2012
Geen overnachting
Over mijn richtingsgevoel heb ik niks te klagen. Die is heel erg goed. Wie eens in Venetië is geweest, weet dat je daar heel makkelijk kan verdwalen in de straatjes. Het is mij niet gelukt om daar te verdwalen.
Maar M, mijn ex, heeft een richtingsgevoel van een blinde vink die net uit een duizelingwekkende achtbaan komt. Sterker nog, ik denk dat die blinde vink dan nog beter de weg weet te vinden dan M.
We waren in ons geliefde restaurantje in Scheveningen geweest en wilden weer naar huis gaan. Vanaf het restaurant naar ons huis in Amsterdam is het, laat ik het ruim nemen, een uurtje rijden.
Zo rond een uur of 10 in de avond verlieten we het restaurantje in Scheveningen. Nog voor we Scheveningen uit waren, was M er al van overtuigd dat ik verkeerd was gereden. Ik keek haar verbaasd aan, want mijn richtingsgevoel is niet alleen beter dan die van M, maar deze rit maakten we ongeveer elke maand en dat al meer dan een jaar.
Zij wist zeker dat ik ergens rechtsaf had gemoeten, in plaats van rechtdoor. Ik trachtte M nog uit te leggen van het hoe en wat, maar zij bleef bij haar standpunt. Ik moest de auto draaien en terugrijden van M, om dan op de, volgens haar, juiste plek rechtsaf te gaan.
Ik vond dat een prima idee. Zo kon ik haar laten zien dat zij het fout had en dan zou ze, hopelijk, mij voortaan met rust laten als het op richtingsgevoel aan komt. Wat ik toen nog niet wist, is dat M een vrouw is, en vrouwen schijnen geheel anders te denken dan mannen . . .
Inmiddels waren Scheveningen uit en reden we al bijna een uur in Den Haag in de rondte. Sommige wegen hadden we al voor de tweede keer, soms zelfs drie keer, bereden en nog bleef M volhouden dat we goed gingen.
In Den Haag staan niet zoveel ANWB borden, maar ik had toch al verschillende gezien met het woordje Amsterdam erop en die wees elke keer een andere richting als dat wij reden. Ik begon hier zelfs erg veel lol in te krijgen . . .
We stonden voor een kruispunt en M wist niet welke kant we opmoesten. Ze bleef twijfelen of we nu links, of dat we nu rechts moesten gaan. Ik wist dat als we rechtdoor zouden gaan, we al snel weer richting de snelweg gingen, maar ik hield mijn mond.
“Zeg jij het eens.” zei M opeens, “Moeten we hier nu links of rechts gaan?”
“Volgens mij kunnen we beter rechtdoor gaan” zei ik eerlijkheidshalve.
“Nee, rechtdoor moeten we zeker niet. Dan gaan we de hele verkeerde kant op.”
Als we links zouden gaan, dan zouden we, weliswaar met een omweg, ook richting de snelweg gaan. Maar ja, M weet de weg . . .
“Als je het niet weet,” zei ik, “dan moet je altijd rechts gaan.”
“Volgens mij is het ook rechts. Doe maar, dan zal je zien dat we snel op de snelweg zijn.”
Ik heb de aanwijzingen van opgevolgd en ben rechts gegaan en al snel waren we Den Haag uit . . .
Via provinciale wegen, en andere binnendoor weggetjes, kwamen we uit bij het plaatsje Delft. En we reden Delft vanaf de zuidkant in. Delft ligt vlakbij Rotterdam en dat is iets de andere kant op dan dat wij moesten. Het was jammer dat het donker was buiten, anders had ik van het mooie landelijke landschap kunnen genieten. Want ik hoefde niet op te letten hoe ik moest rijden, M wist de weg.
Eindelijk viel het M op dat de ANWB borden langs de kant van de weg heeft gezet met wat plaatsnamen erop en op één van die borden zag M Amsterdam staan.
“Zie je wel? Ik weet de weg wel.” zei M triomfantelijk.
Net voor 1.00 uur in de nacht stapten we ons huis binnen.
“Het was misschien niet de kortste weg, maar het viel toch best mee?” zei M.
“Jazeker. We hebben maar drie uur over een rit gedaan waar we anders nog geen uur over zouden doen. En we hebben nergens hoeven overnachten.”
M heeft zich daarna nooit meer bemoeit met het bepalen hoe we ergens moesten komen, ze vertrouwde voortaan net zo veel op mijn richtingsgevoel als mij.
Alhoewel . . .
Ik weet nog wel van een keer . . .
Abonneren op:
Posts (Atom)
















